Overal in West-Europa is de minimumafstand van windturbines tot woningen minstens 2 maal zo groot als in Nederland. In de meeste landen 3 of meer maal.

Met de jaargemiddelde geluidsnorm voor windturbines neemt Nederland een unieke positie in. Alle West-Europese landen behalve Noorwegen hanteren een direct meetbare grenswaarde die niet mag worden overschreden. Daarom is het lastig onze norm met de buitenlandse te vergelijken. In 2015 vonden Nieuwenhuizen & Köhl hiervoor een elegante oplossing; zij berekenden voor de verschillende landen hoe ver een turbine van woningen vandaan moeten blijven. In hun mooie artikel vergelijken zij de afstand voor een molen van 2,3 MW in Nederland met die voor Vlaanderen, Wallonië, Denemarken en Duitsland. Conclusie: waar bij ons turbines op 400 meter van de huizen mogen komen is dat in de andere landen 800 meter of meer.

Ter vergelijking met andere landen in West-Europa en omdat tegenwoordig grotere molens gebruikelijk zijn hebben we de resultaten van Nieuwenhuizen & Köhl omgerekend voor een Vestas V150-4.0MW, ashoogte 155 meter, en de afstanden geëxtrapoleerd voor de buitenlandse normen. De norm voor de nacht biedt de meeste gegevens voor een vergelijking met andere landen, dus hebben we de normen voor de nachtelijke uren met elkaar vergeleken.

De figuur hieronder toont het resultaat. Voor Nederland zijn twee cirkels getekend (gegevens uit geluidsrapporten van erkende ingenieurs- en adviesbureaus); de buitenste cirkel is de afstand volgens de bij ons geldende norm (47 dB Lden/41 dB Lnight), de binnenste zoals die volgens de geluidsrapporten uit kan pakken als men de manipulaties die doorgaans worden voorgesteld (‘mitigatie’) toepast. Deze manipulaties zijn mogelijk dankzij onze jaargemiddelde norm. Rond oktober krijgen de geluidsbureaus opdracht om uit te rekenen hoeveel ‘geluidsruimte’ tot dusver is verbruikt. Blijkt dat teveel te zijn dan kan de zaak in de laatste drie maanden bijgesteld worden door op een lager vermogen te draaien of door tijdelijke stilstand. Maar dan hebben de buren al wel negen maanden meer lawaai ondervonden dan met de norm bedoeld werd. Is er nog ruimte over, dan kan de eigenaar nog even drie maanden los gaan en krijgen de buren alsnog meer lawaai te verduren. Windmolens worden namelijk steeds te groot gekozen om er zeker van te zijn dat de exploitanten, meestal dank zij mitigatie, de norm geheel kunnen opvullen en de maximumproductie eruit kunnen slepen. Lden garandeert dus dat overschrijding van de norm optreedt. Dankzij de manipulaties, door de regels ven de overheid uitgelokt, kan een molen veel dichter bij de huizen van de buren komen.

De figuur versterkt de conclusie van Nieuwenhuizen & Köhl dat in Nederland verreweg de kortste afstanden van geheel West-Europa zijn toegestaan. De voorbeeldturbine mag bij ons dank zij manipulatiemogelijkheden op 260 meter van woningen komen, zonder deze truc is de minimumafstand 440 meter. Een paar landen, Liechtenstein, Letland, Portugal en Zwitserland staan 540 meter toe, in Ierland geldt 750 meter, en in alle andere landen moeten windmolens minstens 1000 meter weg blijven.

En het ministerie maar blijven volhouden dat bij ons in grote lijnen dezelfde geluidsnormen en minimale afstanden worden gehanteerd als in de ons omringende landen.